Musici segreti
Frottole in en rond het pauselijk hof van Rome
Programma
Canon F. Da Milano
Ricercar III J. Segni
O bone Jesu L. Compère/F. Da Milano
Divini occhi sereni P. Verdelot
Pavane-Gaillarde Anoniem
Si è debile il filo B. Tromboncino
Che debbo far (Petrarca) B. Tromboncino
Virgine bella B. Tromboncino/A. Antico
Occhi mei lassi (Petrarca) B. Tromboncino
Per dolor mi bagno el viso B. Tromboncino
Ostinato vo’ seguire B. Tromboncino
Ricercar XII J. Segni
Fantasia F. Da Milano
La Spagna F. Da Milano
Calata J.A. Dalza
Piva J.A. Dalza
Fuggi, Fuggi, cor mio P. Verdelot
Per fuggir d’amor le punte M. Cara
Pass’e mezo antico Anoniem
Se de fede vengo ameno M. Cara
L’amor, dona, ch’io te porto Anoniem
LA CACCIA
Steve Dugardin, zang
Patrick Denecker, blokfluit
Liam Fennelly, gamba
Floris De Rycker, luit
Philippe Malfeyt, luit
Guy Penson, klavecimbel
Musici Segreti, frottole in en rond het pauselijk hof van Rome
Context
Aan het hof van de tweede Medici-paus Clemens VII speelde muziek een prominente rol. Dit valt niet alleen af te leiden aan het grote aantal musici die zijn Capella Sistina bevolkten, maar ook aan de kwaliteiten van velen onder hen als componist (Morales, Peñalosa, Beausseron e.a.), en bovenal aan de aanwezigheid van een ensemble van ‘musici segreti’ - muzikanten in privé-dienst.
Deze ‘capella secreta’ had Clemens nochtans niet eenvoudig overgeërfd van zijn voorganger Hadrianus VI. Die had de privékapel moeten ontbinden om financiële redenen: de schuldenput die door paus Leo X was geslagen, moest met alle mogelijke middelen worden gedempt… Clemens VII, die in archiefdocumenten wordt omschreven als ‘perfetto musico’, en die behalve een geschoold musicus ook een volleerd zanger met welluidende stem zou zijn geweest, maakte na zijn kroning op 26 november 1523 meteen werk van de restitutie van de ‘musici segreti’: de tradities van zijn familie – in de persoon van Leo X – en in het bijzonder diegene die verband hielden met muziek, lagen hem blijkbaar na aan het hart.
Documenten die de betalingen aan deze musici bevatten, betitelen hen als ‘cantores et musici secreti’. Men vermoedt dat deze groep ca. 16 leden heeft geteld, al is duidelijk dat bij bijzondere gelegenheden en grote feestelijkheden tientallen extra muzikanten werden geëngageerd. Naast zangers behoorden ook ‘pifferi’ (die alle blaasinstrumenten moesten kunnen bespelen, bij voorkeur blokfluiten, cornetti en kromhoorns), luitisten, klavierspelers, trombonisten en strijkers tot deze musici segreti.
De rekeningen uit de archieven van het Vaticaan vermelden zelfs de namen van de musici segreti; minder duidelijk wordt echter omschreven wat hun specifieke taken waren binnen deze context. Vermoedelijk musiceerden zij tijdens maaltijden en ’s avonds, of wanneer de paus ook maar muziek wenste te horen. Er zijn getuigenissen bewaard die vertellen hoe Clemens VII een muzikant naar zijn vertrekken liet roepen om zijn visite te entertainen, of hoe hij drie luitisten liet musiceren terwijl hij uitrustte na een middagmaal.
Niet alleen uit de samenstelling van de musici segreti, maar ook uit het bijzondere beschermheerschap dat Clemens VII opnam ten aanzien van enkele vooraanstaande musici, blijkt dat naast vocale muziek ook het instrumentale repertoire op zijn aandacht en bewondering kon rekenen. Zo was de vermaarde luitvirtuoos Francesco da Milano een van Clemens’ absolute favorieten. Julio Segni was dan weer een klaviervirtuoos, die met zijn uitgelezen spel zelfs een politieke discussie tussen Clemens VII, zijn secretaris, Kardinaal Ippolito I de’Medici en Markies del Vasto deed verstommen. Geen wonder dat hij op de loonlijst van de musici segreti figureert. Paus Clemens VII steunde ook actief een van de beroemdste componisten van zijn tijd: Philippe Verdelot, die bekend staat als madrigalist zonder weerga.
Programma
La Caccia laat de muziek aan het pauselijke hof van Clemens VII weerklinken. Niet door het ‘officiële’ muzikale orgaan van het Vaticaan aan het woord te laten, maar door te putten uit het repertoire van de componisten en musici die door de paus zelf het meest geliefd waren en boven alle andere werden uitverkoren als lid of hoofd van de musici segreti, of als bevoorrechte beschermeling. Er wordt gefocust op het repertoire van de frottole, aangevuld met meerstemmige ricercari van Segni, werken voor luit solo en duo van da Milano en gediminueerde madrigalen van Verdelot.
Patrick Denecker & Sofie Taes