LACHRIMAE or SEAVEN TEARS
Curiously passionate Musicke
John Dowland (ca. 1563-1626)
Lachrimae Antiquae (oude tranen)
Lachrimae Antiquae Novae (nieuwe oude tranen)
Lachrimae Gementes (zuchtende tranen)
Lachrimae Tristes (droevige tranen)
Lachrimae Coactae (geveinsde tranen)
Lachrimae Amantis (liefdestranen)
Lachrimae Verae (echte tranen)
Christopher Tye (1505-ca.1572)
In Nomine: Weepe no more Rachell
Rachell’s Weepinge
Rounde
Crye
Trust
My deathe bedde
Laudes deo
LA CACCIA :
Kaori Uemura, gamba
Patrick Denecker, blokfluit
Piet Stryckers, gamba
Bernhard Stilz, blokfluit
Thomas Baeté, gamba
Peter De Clercq, blokfluit
Philippe Malfeyt, luit
Aut Furit, aut Lachrimat, quem non Fortuna beavit.
Een van de beroemdste liederen uit de renaissance is zeker ‘Flow my tears’ van John Dowland. Hij arrangeerde deze melodie zelf tot een aantal pavanes voor consort en luit en gaf ze de naam Lachrimae (tranen).
In een bezetting met fluiten en gamba’s worden de verschillende affecten en nuances in de verf gezet en worden deze composities nog kleurrijker.
Het geheel wordt afgewisseld met de consortmuziek van Christopher Tye (ca.1505-1572), een oudere componist en kapelmeester van Ely Cathedral. Zijn muziek is soms zeer gecompliceerd maar avontuurlijk.